books-1702790_1280.png
books-1702790_1280.png

Het laatste portret

Adriaan Boers was een beroemdheid op het gebied van de portretfotografie, de beste in zijn vak naar men zei, en vandaag zou hij komen. Rond elf uur werd hij verwacht in het herenhuis aan de Keizersgracht. Neeltje zat met moeder in de lichte voorkamer; en ze wachtte. In alle rust naar het leek, maar vanbinnen was haar hoofd een tollende carrousel. Haar gedachten werden met grote kracht tegen de wand van haar schedel gedrukt, op zoek naar een kiertje om doorheen te glippen. Maar dat kiertje was er niet, Neeltje hield alles hermetisch afgesloten. Haar gedachten mochten niet gaan dwalen. Ook ’s nachts niet. Daarom lag ze soms uren te tellen, tot honderd, tot duizend en verder.

Neeltje trok de wollen onderjurk verder omlaag. Het hielp niets, de kou in huis was allesomvattend. Hij was niet alleen in de muren getrokken maar ook in haar botten, een natte kilte die doordrong tot haar ziel. Even sloeg ze haar ogen op uit het boek dat ze niet las en keek ze naar de vrouw bij de haard.

Zou zij het ook voelen?

Haar moeder zat in de blauwe fauteuil, haar handen gevouwen in haar schoot. Met een lege blik staarde ze in de donkere vuurplaats onder de schoorsteen. De spullenbaas gaf de draaimolen in haar hoofd een extra zwier. Snel keek ze weer naar de letters op haar blad. Kapitein Nemo.

Was het verraad om het boek uit te lezen?

Neeltje schudde even met haar hoofd en keek door de grote vensters naar buiten. De huizen langs de gracht glansden in het felle daglicht. In de hoeken van het glas fonkelden ijsbloemen als een filter tussen haar en de buitenwereld. In de hal klonk de harde dreun van de buitendeur. Neeltje hield haar adem in. Tellen, dacht ze.

Een, twee, drie, vier.

Waarom wilde haar moeder dit?

De voetstappen van vader en de fotograaf galmden door het huis.

Tweeëndertig, drieëndertig.

Het geluid kwam steeds dichterbij, tot het vlak voor haar tot stilstand kwam.

‘Kom op Neel, je bent veertien, gedraag je zo.’

Neeltje slikte.

Negenenveertig, vijftig.

Ze opende haar ogen en keek recht in het bekende gezicht met de grijze snor. Hij stond nog geen meter bij haar vandaan. Zijn ogen stonden kil en keken dwars door haar heen. Achter haar, op de azuurblauwe sofa, lag Claartje. Vader gaf haar een duw en Neeltje zette een stap opzij. Ze wist precies welk jurkje haar zusje aan had, ook al had ze nog niet één keer gekeken. Het was het witte jurkje met kanten stof tot op de enkels. Het jurkje dat ze ook tijdens haar eerste communie had gedragen. Net als Neeltje jaren daarvoor zelf had gedaan. Claartje paste het waarschijnlijk nog maar net.

In het midden van de kamer begon Adriaan Boers met het uitpakken van zijn koffer. Hij keek niet naar haar, niet naar haar zusje op de sofa, of naar moeder. De aanwezigheid van de dood leek hem totaal niet te deren.

‘Ze ligt er nog mooi bij mijnheer,’ hij nam zijn hoed af en legde hem naast de koffer, ‘wilt u haar hier gefotografeerd hebben?’

‘Met mijn andere dochter graag.’

Vader keek haar aan terwijl hij het zei. Zijn ogen zo koud als de dag zelf. De carrousel in haar hoofd draaide verder en Neeltje telde.

Zesentachtig, zevenentachtig, achtentachtig.

Uit de koffer kwam een houten stellage tevoorschijn, een grote zwarte fotocamera en een twee meter breed doek.

‘U moet zoveel mogelijk licht in de kamer creëren mijnheer.’

Vader opende de grote vensters aan de straatkant en zette de deur naar de hal wagenwijd open. Veel kouder kon het toch niet meer worden. Misschien hielp de frisse tocht wel om haar gedachten te verzetten.

Honderdtwee, honderddrie, honderdvier.

Ze voelde haar vingers trillen. Moeder zat nog steeds bij de haard. Ze had niet op of om gekeken en staarde in het denkbeeldige vuur. Zij wist het niet, en misschien deed het er ook niet toe. Weg was weg, en hoe dat kwam was voor haar eigenlijk bijzaak. Maar voor Neeltje was het anders. Steeds als vader haar aankeek sloeg de angst haar om het hart. De liefde die ze vroeger gezien dacht te hebben leek verdwenen.

En dan dacht ze aan de avond dat het was gebeurd. Aan de blik in zijn ogen, de kilte in het huis en aan het lijk, het dode lichaam van de kleine Claartje.

Ze schudde opnieuw haar hoofd. 

Driehonderdtachtig, driehonderdnegentig. 

De fotograaf was bijna klaar.

‘Maak u zich vast klaar voor het portret’

Zonder te kijken wenkte hij Neeltje die op afstand van het tafereel stond. Voorzichtig deed ze een paar stappen in zijn richting. Haar tenen tintelden. Ze schuifelde naar voren en koos de meest rechtse hoek van de sofa, zo ver mogelijk bij haar zusje vandaan.

Vierhonderdtwintig, vierhonderdeenentwintig.

De fotograaf tuurde door de lens.

‘Dit is het niet mijnheer, misschien kan uw dochter haar vasthouden?’

Hij maakte een gebaar richting het plafond.

‘Dat u haar,’ hij twijfelde even, ‘rechtop houdt?’

‘Wat?’ ze schudde haar hoofd, maar vader was al opgestaan en trok aan haar arm.

‘Maar vader’ Neeltje keek hem smekend aan.

‘We doen dit voor je moeder’

Die leek niks van de gebeurtenis mee te krijgen en staarde nog steeds naar de haard.

‘De foto is zo gemaakt juffrouw’ Adriaan Boers wuifde wat in de lucht, ‘Echt, u heeft geen idee hoe snel.’ 

Ze voelde haar hoofd weer slingeren. Ze had geen keuze, ze moest wel. Ze kon onmogelijk tegen haar vader ingaan.

Wat als iemand erachter zou komen?

Haar vader tilde het kleine lijfje overeind en legde het hoofd tegen Neeltje aan. Even liet ze het gebeuren. Maar al snel trok de kilte door haar kleren heen. De ijzige huid van haar zusje. Dat hoofdje tegen haar schouder. Ze voelde hoe haar ademhaling zwaarder werd.

‘U zit goed zo juffrouw, even volhouden nog.’

Vijfhonderdzestien, vijfhonderdzeventien.

Het was alsof ze geen lucht meer kreeg. Alle zuurstof werd uit haar longen geperst. Het koude vel tegen haar arm voelde als brandend ijs. De draaimolen cirkelde ondersteboven. Brandend zuur kwam uit haar maag omhoog. In een onbewuste beweging duwde ze het lijk van zich af. Claartje viel voorover op de grond. Haar witte gezichtje in het azuurblauwe tapijt. De communiejurk met de hoge kraag stond open. Tussen de kanten roesjes zat een gapende wond in de blauwgrijze huid.

Neeltje probeerde weer verder te tellen.

Zevenhonderdtwee, zevenhonderddrie.

Het hielp niet meer. Ze kon Claartje niet meer verdringen.

‘Neelie, Neelie’, riep het kleine stemmetje.

‘Neelie, jij moet ook met de pop.’

Haar zusje zat op de bovenste tree van de trap, haar lievelingspop in het mandje naast zich. ‘Neelie, doe nou mee.’

Ze besteedde er geen aandacht aan. Het boek was veel te spannend.

‘Neelie!’ Ze hoorde haar zusje hard met haar voeten op de vloer stampen.

Beneden sloeg de deur van de werkkamer met een klap open.

‘Neel, zorg eens voor je zusje, ik heb het te druk voor dit lawaai.’

Vader trok de deur weer net zo hard achter zich dicht. Maar Neeltje las verder. Ze moest weten wat er met kapitein Nemo ging gebeuren. De Nautilus was in een kolkende draaistroom terecht gekomen. Het gestamp van Claartje was overgegaan in gebonk.

Daar was de stem van haar vader weer.

‘Neeltje, je gaat nú naar je zus!’

Ze smeet het boek op haar kussen.

‘Oké, ik ga al!’ 

Met drie grote passen was ze bij de deur. Met een smak gooide ze hem open. Voor ze wist wat er gebeurde zag ze hoe de klink Claartje in haar rug raakte. Er klonken drie harde bonken. Daarna was het stil. Neeltje zakte door haar knieën. Naast haar stond het mandje met de pop. Beneden klonk nog eenmaal het scharnier van de deur, daarna zou ze niets meer horen en werd het huis gevuld met een ijzige kilte.

Neeltje probeerde weer te tellen.

Negenhonderdtwee, negenhonderddrie.

Hoe kreeg ze het beeld weer uit haar hoofd. Vader was intussen zo snel hij kon naar voren gesprongen. Hij pakte het lijfje van Claartje op en zette haar snel overeind. Neeltje veegde de natte druppels van haar wangen. De fotograaf vertrok geen spier. Binnen een paar seconden zat Claartje weer op haar plaats.

‘Wilt u in de lens kijken, juffrouw.’

Neeltje keek naar de glimlachende fotograaf en telde.

Negenhonderdachtennegentig, negenhonderdnegenennegentig.

Adriaan Boers knipte met zijn vingers en drukte de foto af.

Duizend. 


Het laatste portret is gebaseerd op de victoriaanse doden fotogratie. Tijdens de negentiende eeuw werd het maken van dit soort portretten een normaal gebruik onder de gegoede burgerij. Met de opkomst van de fotogratie werd het makkelijk een geliefde voor eeuwig vast te leggen en de hoge kindersterfte zorgde ervoor dat hier ook veel behoefte aan was.

Het laatste portret werd eerder gepubliceerd op de website verhaalvandemaand.nl.